Ik praot nie frêet

Artikelnummer: 335825
Vorige Artikel 8 van 49 Volgende
€ 9,75 (inclusief 6% BTW)
Aantal

Ed Schilders
Ik praot nie frêet
Een bloemlezing in de taal van Tilburg en omstreken
 

Gedichten van dialectschrijvers uit Tilburg en omstreken voor het eerst verzameld
Het lelijkste Brabants dat er bestaat?

Veel Tilburgers kunnen het nog meezingen: ‘Ik zie oe daor zo gèère ligge,
Tilburg waor ik geboore ben.’ De tekst werd geschreven door Piet Heerkens,
die op Korvel werd geboren. Hij werd missionaris in Nederlands-Indië maar
moest om gezondheidsredenen vroegtijdig terugkeren en ging dialectverzen
schrijven. In zijn eerste bundel, D’n Orgel (1938), nam hij de tekst op die door
zijn broer Leo op muziek werd gezet, en die uitgroeide tot ‘het volkslied van
Tilburg’. Veel mensen, schreef  Heerkens, vinden het Tilburgs ‘het lelijkste
Brabants dat er bestaat’, maar hij wist wel beter: ‘Ge moet meschien ’n jaor of
tien in de vremde laande zijn geweest om te vuulen hoe gelogen of dè dè-d-is!’

De bekendste opvolger  van Piet Heerkens was Cees Robben, de tekenaar die
ook dichter was en die vooral in de jaren ’50 en ’60 zijn prenten vaak
vergezelde van lange verzen. Veel daarvan is in boekvorm verschenen, maar
dat kan niet gezegd worden van het werk van zijn tijdgenoot Michel van de Ven,
die onder de schuilnaam Lechim vijfentwintig jaar lang in de Tilburgse Koerier
wekelijks een humoristisch dialectvers schreef. Niets daarvan is in boekvorm
verschenen. Aan een gedicht van Cees Robben is de titel ontleend van wat de
eerste bloemlezing met dialectgedichten is, door Ed Schilders samengesteld uit
vele bronnen: ‘Ik praot nie frêet’. Net als bij Heerkens staat bij Robben de
taaltrots voorop: ‘Ik praat niet deftig’.

In de bloemlezing is werk opgenomen van 22 dichters. Naast Tilburg zijn ook
Goirle, Oisterwijk, Moergestel, Hilvarenbeek, en Udenhout vertegenwoordigd.
Piet Heerkens heeft zijn zin gekregen. Geen enkele dichter schaamt zich
tegenwoordig voor ‘het lelijkste Brabants’. Integendeel. In de bundel staan ook
bijdragen van drie Tilburgse stadsdichters: Jace van de Ven, Frank van Pamelen,
en Esther Porcelijn. Geen van de drie is in Tilburg geboren, maar alle drie hebben
ze de poëzie in het Tilburgs herkend en omarmd.

Ik trek ’t leste sprintje aon
En dan krèèg ik de “kiss”!
Vur mèn bende de chef d’équipe
Gij zèèdt mèn ronde miss.
As wij vanaovend saome zèn
Is alles wir zôo ast was
Dan zet ik ’m in z’n grôot verzet
En maok ik bij jou sur place!

(Uit: ‘Liefdesgedichtje van unne wielrenner’, Jan van Rijthoven;)

 

Specificatie Omschrijving
Gewicht 0,385 Kg

Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze nieuwsbrief. Wij houden u op de hoogte van onze nieuwe uitgaves, onze voorinschrijvingen met korting en onze plannen.
Aanmelden

Winkelwagen

Geen artikelen in winkelwagen.
© 2014 - 2018 De Boekenfabriek | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel